Het is de laatste maan
Van de zon
Vannacht
Schijnt de Bloedmaan
Even keren we terug
Vanuit de hoofdstukken
Tussen de pagina’s
Van sprookjesboeken
Wat vannacht vermag
Weet niemand
We zijn vergeten
We zijn oppermachtig
Geraard van Heusden
Ik wandelde in de droom
Van een Romeinse soldaat
Een oude bekende
Zonder gezicht
Verwrongen en verminkt
Door lepra
Gevangen
Tussen lachen en doden
Tussen slachten en strelen
De nachten
Zwijgen nooit
Achter de deur
Rijst een etterrood gezicht
Hoe zeer ik ook
De ogen kramp
De lakens grijd
Altijd
In dezelfde ooghoek
Waait een etterrood gezicht
In fluisterende stilte
Nu de lamp ook zwijgt
Komt het
Keer op keer
Terug
Ik leg
Mijn pen neer
En kijk
In de nacht
Ik merk enkel
Verkrachtend licht
Ik schuur mijn blad
En neem mijn pillen
En nog een keer
Wie is morgen luid ??
Abba of de kakerlakken
Mijn thuis
Was altijd daar
Nooit hier
Voor elke verlaten dag
Is er een steen gebroken
Voor iedere keer
Dat ik omkeek
Is er iets gestorven
Steen voor steen
Tak voor tak
Traag maar zeker
Zoals bomen sterven
Nu is er niets meer
Enkel kiezels
Overal zijn er
Trippelvoetjes
En kwinkslag oogjes
Veel dankbare baarden
En lachende handjes
Nu parken en ruïnes
Vol clowns zijn
Kunnen elfen en Gnomes
Logeren in mijn muziekkamer
C’est moi,
Dom Claude Frollo
J’habite là-haut
Une cellule entre les tours
Plus près de Dieu
Entouré de runes
Et de chiffres cabalistiques
Je protège l’enfant
Des risques humains
Je la garde
En architecture
En la protégeant
De la vie Humaine
Er is altijd
Op de bus
In het park
Op de speelplaats
Een kind
Enkel één
Met grenzende ogen
Starend
Hij wilt niets zien
Ze hebben
Hem zoveel getoond
Hij weet niet
Wat ze tegen hem hebben
Zij weten niet
Maar toch
Betaald hij de prijs
Links
Staat het stadhuis
Oud en in één woord
Krachtig bestaan
Rechts
Staat de kerk
Een vergeten reliek
Toen er nog geen mist was
Beide waken verdoken
Over de schrijver
Zij zorgen
Voor pen en papier en doodskist
Ze verbranden in de ochtend
De nachtelijke zinnen
Hij is wat warmer
En wat zachter
of is hij een zij
een oude zetel
past niet bij de kleur
past bij mijn haar
aan het vlak
het zit-vlak
mijn vlak
zet ik hem of haar
iedere keer
vlak voor TV
Bij nacht
Brengt de zang
Geen soelaas meer
De runen zijn fof
De kaarten zwijgen
Overdag
Lijkt de horizon
Vaag en bleek
De dagen van voorspelling en ritueel
Zijn weg
Alles wat blijft
Is een excuus
Voor de dood van de oude Goden
Het is een
Licht kristallen amfora
Gekerfd in zeven
Rijmende beelden
De tijd heeft ze weggekrast
Je raadt wat er stond
Maar ziet het niet
De amfora is lek
Maar nog altijd stevig
De barsten zing
Maar niets breekt haar
Ik zag
Een kras als een helikopter
In de voorruit
Naast het Heilig Kerst
Zo’n wapending
Uitgevonden opdat
De springende dwazen
Boven het zand zouden blijven
Het was net boven
De instelling
Waar de kunde ons verwacht
Zodat de verplegers