Indien ze mij komt halen
Of
Wanneer ik vertrek
Ben je er dan ook ?
Wijs jij mij de weg
Wanneer het licht uitgaat
Wie is er nog
Om mij te leiden
Tot alles stopt
Vandaag
Een vraag
“Wat is er anders ?”
Geraard van Heusden
Ik heb zonet
Het Hymen van de nacht
Doorbroken
En ben
ELDERS
Hier en daar
Is alles
Totaal ongelijk
Aan wat
Opposanten mij
Weer en steeds weer
Voeden
Nu is de stad
Leeg
Verlaten staan de huizen
Bleke nacht na bleke nacht
Zelfs de herinneringen
Weten niet meer wat gebeurde
Ik zal de tijd
Geven wat de tijd toekomt
Ik zal nemen
Wat mij toekomt
En dan laat
Verlaat ik
Alles
Voor de duisternis valt
Ik keer van zelfs
Naar moord en boek
Ik neem en boek
Om tijd te doden
Het staat op zijn hoofd
De letters vallen
Tussen de planken
Van een bibliotheek
Uit vorige eeuw
Zoeken en vegen
Helpt niet
Boek en bibliotheek
Bestaan lang voor
De stofzuigers
Het is de laatste maan
Van de zon
Vannacht
Schijnt de Bloedmaan
Even keren we terug
Vanuit de hoofdstukken
Tussen de pagina’s
Van sprookjesboeken
Wat vannacht vermag
Weet niemand
We zijn vergeten
We zijn oppermachtig
Ik wandelde in de droom
Van een Romeinse soldaat
Een oude bekende
Zonder gezicht
Verwrongen en verminkt
Door lepra
Gevangen
Tussen lachen en doden
Tussen slachten en strelen
De nachten
Zwijgen nooit
Achter de deur
Rijst een etterrood gezicht
Hoe zeer ik ook
De ogen kramp
De lakens grijd
Altijd
In dezelfde ooghoek
Waait een etterrood gezicht
In fluisterende stilte
Nu de lamp ook zwijgt
Komt het
Keer op keer
Terug
Ik leg
Mijn pen neer
En kijk
In de nacht
Ik merk enkel
Verkrachtend licht
Ik schuur mijn blad
En neem mijn pillen
En nog een keer
Wie is morgen luid ??
Abba of de kakerlakken
Mijn thuis
Was altijd daar
Nooit hier
Voor elke verlaten dag
Is er een steen gebroken
Voor iedere keer
Dat ik omkeek
Is er iets gestorven
Steen voor steen
Tak voor tak
Traag maar zeker
Zoals bomen sterven
Nu is er niets meer
Enkel kiezels
Overal zijn er
Trippelvoetjes
En kwinkslag oogjes
Veel dankbare baarden
En lachende handjes
Nu parken en ruïnes
Vol clowns zijn
Kunnen elfen en Gnomes
Logeren in mijn muziekkamer
C’est moi,
Dom Claude Frollo
J’habite là-haut
Une cellule entre les tours
Plus près de Dieu
Entouré de runes
Et de chiffres cabalistiques
Je protège l’enfant
Des risques humains
Je la garde
En architecture
En la protégeant
De la vie Humaine
Er is altijd
Op de bus
In het park
Op de speelplaats
Een kind
Enkel één
Met grenzende ogen
Starend
Hij wilt niets zien
Ze hebben
Hem zoveel getoond
Hij weet niet
Wat ze tegen hem hebben
Zij weten niet
Maar toch
Betaald hij de prijs
Links
Staat het stadhuis
Oud en in één woord
Krachtig bestaan
Rechts
Staat de kerk
Een vergeten reliek
Toen er nog geen mist was
Beide waken verdoken
Over de schrijver
Zij zorgen
Voor pen en papier en doodskist
Ze verbranden in de ochtend
De nachtelijke zinnen