Ik leg
Mijn pen neer
En kijk
In de nacht
Ik merk enkel
Verkrachtend licht
Ik schuur mijn blad
En neem mijn pillen
En nog een keer
Wie is morgen luid ??
Abba of de kakerlakken
Geraard van Heusden
Mijn thuis
Was altijd daar
Nooit hier
Voor elke verlaten dag
Is er een steen gebroken
Voor iedere keer
Dat ik omkeek
Is er iets gestorven
Steen voor steen
Tak voor tak
Traag maar zeker
Zoals bomen sterven
Nu is er niets meer
Enkel kiezels
Overal zijn er
Trippelvoetjes
En kwinkslag oogjes
Veel dankbare baarden
En lachende handjes
Nu parken en ruïnes
Vol clowns zijn
Kunnen elfen en Gnomes
Logeren in mijn muziekkamer
C’est moi,
Dom Claude Frollo
J’habite là-haut
Une cellule entre les tours
Plus près de Dieu
Entouré de runes
Et de chiffres cabalistiques
Je protège l’enfant
Des risques humains
Je la garde
En architecture
En la protégeant
De la vie Humaine
Er is altijd
Op de bus
In het park
Op de speelplaats
Een kind
Enkel één
Met grenzende ogen
Starend
Hij wilt niets zien
Ze hebben
Hem zoveel getoond
Hij weet niet
Wat ze tegen hem hebben
Zij weten niet
Maar toch
Betaald hij de prijs
Links
Staat het stadhuis
Oud en in één woord
Krachtig bestaan
Rechts
Staat de kerk
Een vergeten reliek
Toen er nog geen mist was
Beide waken verdoken
Over de schrijver
Zij zorgen
Voor pen en papier en doodskist
Ze verbranden in de ochtend
De nachtelijke zinnen
Hij is wat warmer
En wat zachter
of is hij een zij
een oude zetel
past niet bij de kleur
past bij mijn haar
aan het vlak
het zit-vlak
mijn vlak
zet ik hem of haar
iedere keer
vlak voor TV
Bij nacht
Brengt de zang
Geen soelaas meer
De runen zijn fof
De kaarten zwijgen
Overdag
Lijkt de horizon
Vaag en bleek
De dagen van voorspelling en ritueel
Zijn weg
Alles wat blijft
Is een excuus
Voor de dood van de oude Goden
Het is een
Licht kristallen amfora
Gekerfd in zeven
Rijmende beelden
De tijd heeft ze weggekrast
Je raadt wat er stond
Maar ziet het niet
De amfora is lek
Maar nog altijd stevig
De barsten zing
Maar niets breekt haar
Ik zag
Een kras als een helikopter
In de voorruit
Naast het Heilig Kerst
Zo’n wapending
Uitgevonden opdat
De springende dwazen
Boven het zand zouden blijven
Het was net boven
De instelling
Waar de kunde ons verwacht
Zodat de verplegers
Moet ik nu
De pagina omdraaien
Mag ik nu
Elke bladzijde
Heeft ogen als spionnen
Ze kijken me aan
En vragen
“Waarom draai je de pagina ?”
Een nieuw hoofdstuk begint
Op een nieuwe pagina
Of ik ze omdraai of niet
Misschien is het tijd
Het boek te sluiten
Hij was
De Alpha
De lijken processie
Is ingezet
Er is geen publik
Behalve de dood
Ken niemand ons
Elk ging zijn weg
Maar steeds
Kruisten en kruisigden we
Elkaar
Hij was de omega
Het is tijd
Om het hoofd
Te leggen
Bij allerlei bloemen
Het is nu
Dat we
Gewraakte oorden
Bezoeken
En stellen
Dit land is mooier
Dan mijn land ooit was
Het is tijd te rusten
En de anderen
Te laten tranen