maandag 13 juni 2022

 



Als een donderslag

in een slaperige nacht

was je er

ANN


en weer-zoals lang geleden

alsof niets weg was

alsof niemand dood was

ANN


ik zag je

zoals ik je zag

ik weet niet hoeveel jaren

voorbij zijn

tussen de ochtend toen

en de avond nu


ik ben zo blij dat je weer glimlacht

ANN


Geraard van Heusden



 


Elk jaar opnieuw

de tafel met kaarsen

en achter in de tuin

een zelf bedacht sprookje

een verhaal over mij

en jij en jij en jij en jij en jij


alles is waar gebeurd

niets is verkeerd


ik red mij


Geraard van heusden

 



Het is lang geleden

dat de familie tafel gedekt was

een paar keer

eens per jaar

iedere keer 

iemand meer

Schoondochter of zo

en dan 

iedere keer

in het midden 

een taart of een grootnonkel

tot we zelf niet zijn


Geraard van Heusden



Na het urenlang afscheid

wanneer de moeders en zusters

uitgedeeld zijn

als schatten van een witte deur

dan 

is de tafel leeg

dan 

is de keuken vol


Wie is er gebleven ?

zit er nog iemand ?

achteraan in de lange zetel


het is een schim

van een gelukkig verleden


Geraard van Heusden




 


ik leef hier niet

ik leef vandaag niet


gisteren was ik er

daar war nodig


een deur 

wat zonlicht

en alles was er


gisteren was er

zonlicht en honing

een glimlach en wat sneeuw


maar vandaag 

vraagt ze

"is er iets ??"



Geraar van Heusden


 


de rode schim 

zegt niet te veel

aan anderen


Woorden betekenen teveel

om ze

aan anderen te schenken


Hier, in het moeras

tussen twee therapeuten

verdrinken mijn woorden


zonder hulp of reden 

tracht ik ze

levenloos

over te geven 


maar ook daar zinken ze

in het zand van anderen


Geraard van Heusden




 



Het was lang geleden

dat ik nog in witte lakens

sliep

altijd veilig geborgen

weg van 

gebarsten dagen 

en verraden plezier


zo blank

dat ik niet weet

in welke richting ik zal ontwaken


Geraard van Heusden



 



Wanneer je de rododendron

niet snoeit

zal je nooit

het gezicht zien 

van het beeld

dat door tij en tijden

brak

en half begraven ligt

tussen de oude bladeren


Geraard van heusden




 



ik word wakker

een zwakke stem

zonder gejuich

"hij leeft nog"

hel witte jassen


bed zonder toilet

stem zonder gezicht

inspuiting inspuiting inspuiting inspuiting inspuiting


niets meer dan

de valse glimlach

van de therapeut



Geraard van heusden




 



HIJ STERFT


een deken 

tot onder de kin

koude handen 

geen rust 

onder een wit laken


even staren naar elkaar

"Ben je dood ?"


de muren verdwijnen

en boven enkel sterren


enkel de duisternis 

begeleidt ons


Geraard van Heusden




 


Er was iemand

aan mijn zijde


schrijdend achter mij

zij met haar dromen 

ik met mijn dromen


nu is er niemand

waar is mijn broer ?

waar is mijn dame ?


Bij het altaar is er zelfs geen priester


de enige dames

zijn fotograferende toeristen


Geraard van Heusden



 


Vage ogen

leren minder dan de neus

iets na zessen

op de laatste zit

op de dorpel van de Pallieter

vrijdag, in de Overpoort


de eerste contacten

op de bus

tussen gevallen bekers

zwalpen naar huis


anderen vervloeken 

de bierplekken

op de kinderlijke hemden

van de nijdige studentinnes


nu Kate zwanger is, gaat ze eindelijk slapen


Geraard van Heusden



 



Naast elkaar

rij aan rij

elk bij elkaar

steun voor ieders pijn

is elkaars pijn

wondes tonen en pijn vergelijken

geen traan 

bij elke wonde

maar stille blikken

slikken 

wanneer de dokter

tekeer gaat

  


Geraard van Heusden




 



Na de slag

zijn er geen helden

of heldendaden


Wondes bedekken

Lijken

slikken pijn


en zoeken 

naar gevallen vrienden


het bloed

droogt op het wapen

in de wonde

wie sterft

vreest de pijn niet

noch de trage wondes

of zure zweren




Geraard van Heusden