Hij was
De Alpha
De lijken processie
Is ingezet
Er is geen publik
Behalve de dood
Ken niemand ons
Elk ging zijn weg
Maar steeds
Kruisten en kruisigden we
Elkaar
Hij was de omega
Geraard van Heusden
Het is tijd
Om het hoofd
Te leggen
Bij allerlei bloemen
Het is nu
Dat we
Gewraakte oorden
Bezoeken
En stellen
Dit land is mooier
Dan mijn land ooit was
Het is tijd te rusten
En de anderen
Te laten tranen
Was het koudvuur
Dat me mijn schedel kostte
Of een kogel
Uit het derde geweer
Links voorbij de draad
Het firmament is
Vlammend rood
De brandende lucht
En kokende wolken
Zijn erger dan
Zwaarden in de jingle
De gekruisigde Leopold
Heeft het niet meer meegemaakt.
Met vlammende ogen
Kijk ik
Bij valavond
Naar de huizen
De lijn tussen
Gisteren en morgen
Een groene lijn
Een giftige lijn
Een rode lijn
Voor een passend leven
Voor een rustig leven
Voor een grijs, verleden leven
Is het te laat
Om het pad te verlaten
En de weg in te slaan
Of zijn we weer
Verdwaald
Zij zei toch
Na het moeras
Volg je het pad
Tot de gezochte poort
Te lang geleden
En nog altijd
Spiegelt de lucht
Het moeras achter ons
Er is geen ontkomen.
Ik weet nu
Dat het gif
Zich spreidt
Als een groene nevel
Tussen de stenen
Elke zerk
Zegt iets anders
Niemand weet nog
Wie of wat hij was
En het gif
Geeft geen antwoord
Een witte sliert
Als zilver nevel
Vol gezichten
Waait zacht
Naar het nachtelijke licht
Iedere zerk
Wordt geaaid
En elk bij naam genoemd
Traag berustend
Gaat de stoet
Verder en verder
De rotonde
Heeft meer uitgangen
Elke dag
Sterven er meer
En meer
Zoals wij
De één hier
De andere daar
Gisteren verduistert
Elk gezicht
Dat – lijkwit
Een uitgang kiest
Hij staat
Ontdaan van zijn siamese broer
In het leven getekend
Ergens in Gent
Iemand leeft nog
In het huis
Iemand heeft
Nog een bloedend litteken
zoals een geknote boom
Met rode ogen
En namaak tranen
Die het maar
2 pagina’s uithouden
Dan toch nog wat meer
Tot daar en niet verder
Tussen 2 lijnen
Met letters
Schittert een vergezicht
Uit andermans geest
Of
Toch nog een pagina omdraaien.
Ik heb
Zoveel uren gestolen
Hele etmalen gelogen
Masker na masker
Is op mij geglipt
Niemand kent me nog
Jaar na jaar
Dag na dag
Is de vroegte licht geworden
En de laatste bundels
Zijn van een ander hand
Elk uur dat ik stal
Keert terug
Maar verdwaalt
Ik leef tussen
Tijden en eindes
Inslapen en wakker schrikken
Tussen al die anderen
Alles dient hertekent
En zonder gevaar
Opgesloten
Overal drupt mensen-Ichor door
Het is vreemd
Om van hier
Rozen te sturen
Naar je vroeger leven