OLA PSYCHOLA
Langs 2 polen
Binnen lopen
Van angst tot angst
Van paniek tot paniek
Wegkruipen onder een steen
Tot die
Zachtjes
Op je hoofd valt
Geraard van Heusden
Ik heb
Zout en brood
En bloedoffers
Gelegd aan de deur
Ik h eb de deur
Wat geopend
Maar niets gebeurt
Bij volle maandag
Ook dit zijn leugens
Het is onwaar
Maar mooi
Daar waar
Waar lelijk is
Hier sta ik
Reeds lang
Als enige
Als laatste
Alle horizonten
Zij lager
elke dageraad
is trager
vandaag
of morgen
zal ik rennen
naar het verleden
en breken
Is tien uur
Altijd van tel ?
Wanneer
Bussen, tranms en anderen
Volgestopt zijn
Een school fietsen
Je voorbij snelt
Aan de Overpoort
En wanneer
Ieder luid
Babbelt
Met een spook
In een doosje
Een huis staat
Alleen
Zo de generatie
Laat, het verlaat
Geen vorm
Geen licht
Geen gehuil
Klink achter
De vensters
Licht gebarsten
Zoals ik
Vraagt één stem
“wie slaapt er in mijn kamer ?”
Gisteren
Heeft haar rouwband
Omhelsd
En is weg gewandeld
Vandaag
Zat naast de weg
Klein en zorgelijk
Ik tikte hem
Op de schouder
En vroeg
Waarheen morgen
Gevlucht was
Reeds dagen
Zijn e op pad
En morgen
Is nooit gevonden
Ijzer rood
staan ze dreigend
waar ooit niets was
ze draaien
en kraaien
niemand weet waarom ze hier staan
De rijm-kleuren
schuiven
zonder te ontsnappen
aan het getik en gtsjak
van de hiel
van zij
die niet weet
hoe het verder moet
Miror Miror
Een mantel
Wiens buitenkant
Zwijgt
En alle kleuren
Of verhalen beschermt
Voor zij
Die traag
Door de gangen dwalen
Niemand weet
Welke
Verhalen of leugens
Ze draagt
Onder de zwarte wol
Dag na Dag
Komt
Wolk na wolk
En
Uur na uur
Het duister
Is dit nu
Een romantische zomer ?
Of
Een angstige sluiting ?
Nieman heeft antwoord
En toch
Is dit
De richting naar morgen
Is het gevaarlijk
Je zelf te herkennen
Waar je nooit was
Bij de etalage van Olivander
Of aan tafel in Imladris
Of verloren in Spiderwick
Ik zie mezelf liever
Tussen valken en wolken
Hier is alles hoog
En de regen
Valt laag
’s Avonds
Zie ik regelmatig
De spoken
Anna en Maria
Aan de hoek van mijn bibliotheek
Hoofdschuddend bij Williams of Hobb
Glimlachen bij Hug of Verne
Fronsen bij Peake of Haratischwili
iets wat zij nooit lazen
het spijt hen
dat ze geen boek meer kunnen vastgrijpen
Hoe droom ik
’s ochtends vroeg
Twee monden
Een gekende geur
De glans
Van een ooghoek
Hoe breekbaar
Is het moment
Van stilte
Wanneer minder beweegt
Maar de tijd verder gaat
Hij scheurt
Telkens weer
Keer op keer
De stilte
Tot niets blijft
Dan vlekken in de wind