Men ziet regelmatig, meer dan nodig, eigenaardige dingen bij de mensen. Vooral de dagelijkse treinreis van ons edelachtbare pendelaars is een uitstekende kans.
Naast mij kwam een struise kerel zitten. Ik ben al niet van de dunste dus de bank was zeer volledig gevuld. Schichtig nam hij een boek uit zijn te kleine boekentas. De titel kon ik amper uitmaken, iets van « Lords of Chaos » of iets dergelijks. Achter zijn modern spannend bril zweefden zijn ogen over de pagina’s. Oplettend hield hij het boek ongezond dicht tegen zijn hoofd. Mijn nieuwsgierigheid was natuurlijk geprikkeld. Verwonderd zag ik een foto van een man die de Hitlergroet bracht en op de andere pagina een vlammende swastika.
Onmiddellijk dacht ik aan de protesten van de hindoes tegen het plan om het hakkenkruis te verbieden in de gehele EU. Voor hen is het een vredesteken en dus zeker geen wreed teken zoals voor zovele anderen. Zouden de Hindoe soldaten van het Britse leger dan een dergelijk teken op hun helm schilderen zoals de yankees deden in Vietnam (toch volgens S. Kubrick).
Schuins daartegenover zat een warrige man. Het was misschien enkel zijn haar. Met geconcentreerde interesse las hij een woordenboek (prisma’s pocketwoordenboek van de Nederlandse taal). Ook hij droeg een bril die ietwat de groot was. De twee vensters gelden regelmatig naar het tipje van zijn neus tot hij met geijkte gebaren het kleinood weer achter aan zijn orgaan schoof.
Wat leest een man in het woordenboek ? Woorden waarschijnlijk of was hij opzoek naar een Da-Vinci verborgen code. Nu en dan maakt hij kleine aantekening in het boek. Een op zich verwerpelijke gewoonte.
Heel wat reizigers zitten de armen gekruist met opgetrokken benen in hun zitje. Ze trekken zich rillende terug als je ze per ongeluk aanraakt door je eigen ruimte op te eisen. We zijn hier in de Westerse wereld niet gewend dicht tegen elkaar te lopen of te zitten. Aanraken is echt uit den bozen. Ik beklaag ze moesten ze ooit naar Birma of India gaan.
Hoewel het soms zeer aangenaam kan zijn. Een fijne freule nestelt zich bescheiden naast me en ik voel haar vaste dij tegen mijn ietwat bredere hespen. Ze trekt zich niet rillend terug. Haar ribfluwelen broek verzwijgt de aangename botsing. En zo is er toch nog plezier als de trein rilt en stuitert op de wissels.
vrijdag 16 november 2007
donderdag 15 november 2007
Boterhammen smeren is een alledaagse bezigheid. Ze verloopt niet zonder problemen. Ik kocht een heerlijk vers broodje, gesneden. En dan begon het. Ik haalde de smeerkaas en de paté uit de ijskast en de sla als versiering. Ik weet niet wie de verpakkingen tekent. Maar de aangeduide openingsklep van de paté in blinkende plastiek was de enige plaats waar de plastiek hard gelijmd was. En dan pruts je met vingers, tanden en messen gedurende een kwartier. Het ging om een dergelijke verpakking die weer gezond sluit. Sluiten misschien wel maar openen.
Uiteindelijk opent zich de paté. Natuurlijk scheurt het plastieken hoesje dat weer moet sluiten. Nu de zaak nog op het brood krijgen. Ik neem een kwartje en begin te smeren. Het brood plakt is zeer breekbaar en scheurt. Ik smeer dus de plank en niet het brood dat zich ergens in een hoopje op het einde van het smeercircuit opstapelt.
Ik ben maar niet begonnen aan de smeerkaas of aan mijn boterham.
Uiteindelijk opent zich de paté. Natuurlijk scheurt het plastieken hoesje dat weer moet sluiten. Nu de zaak nog op het brood krijgen. Ik neem een kwartje en begin te smeren. Het brood plakt is zeer breekbaar en scheurt. Ik smeer dus de plank en niet het brood dat zich ergens in een hoopje op het einde van het smeercircuit opstapelt.
Ik ben maar niet begonnen aan de smeerkaas of aan mijn boterham.
maandag 29 oktober 2007
I am a tree
Majestic and strong
Reaching for the sky
Feeding into the very earth of things
Through the essence of sin
I am pissed on by every dog
When storm comes
I do not bend
I break
When weight comes to my branches
I break
Sooner or later
I get rotten
The inside out
And nobody notices
I die
Ma live comes crashing down
And nobody notices
I'm left to rot and burn
I desepear into the ground
Majestic and strong
Reaching for the sky
Feeding into the very earth of things
Through the essence of sin
I am pissed on by every dog
When storm comes
I do not bend
I break
When weight comes to my branches
I break
Sooner or later
I get rotten
The inside out
And nobody notices
I die
Ma live comes crashing down
And nobody notices
I'm left to rot and burn
I desepear into the ground
donderdag 25 oktober 2007
Het is zeer aangenaam ’s ochtends als de mensen op het werk komen en elkaar begroeten. Je merkt allerlei handdrukken: slap, hartelijk, stevig, etc. Lastigste zijn de snelle handen. Er zijn namelijk van die mensen die je een hand geven en ondertussen denken dat het al voorbij is. Eerst schiet hun hand vooruit; meestal te ver. Je moet in alle stilte je haasten je pols te verstuiken om de uitgestoken hand die jouw hand in volle snelheid voorbijsteekt te grijpen. Meestal grijp je dan niet het hand maar de toppen van de vingers of je botst op de muis van de hand en verstuikt je vingers. Daarna haast de hand zich weer naar de zijde van zijn eigenaar. Het enige dat blijft is een vluchtige indruk en de pijn van de verstuiking.
Sommige medewerk(ster)s geven geen hand maar geven hun lippen en hun wangen. Ik snoep van de wangen van de meisjes die ik mag kussen. Spijtig genoeg zijn er ook gekartonneerde dames die denken snoep te zijn. De smaak van duur parfum en lagen schmink lijmt de lippen op elkaar en laat een stoffige plastieken smaak na.
Er zijn verschillende manieren van binnenkomen. Enerzijds heb je de workaholics. Ze wrijven in hun handjes: ze mogen weer werken. Ik heb de indruk dat ze thuis niets mogen uitsteken van één of andere tirannieke medebewo(o)n(st)er. Anderzijds zijn er de zagers: de treinen zaten te vol, de grootmoeders waren te laat voor de kinderen, er was weer file, het regent, het is koud … . Een enkeling komt glimlachend binnen om zich achter zijn bureau te installeren in afwachting van de eerste koffie pauze. Ondertussen leest hij de krant en werkt hij aan zijn teksten.
’s Avonds is het anders. Iedereen is tevreden huiswaarts te keren. Hoewel je op de trein er nog ziet die het niet kunnen laten: de mondhoeken naar beneden, de wenkbrauwen gefronst en de laptop open (op werk, porno, spelletjes of eventueel werk). Ze zitten er belachelijk serieus bij.
Sommige medewerk(ster)s geven geen hand maar geven hun lippen en hun wangen. Ik snoep van de wangen van de meisjes die ik mag kussen. Spijtig genoeg zijn er ook gekartonneerde dames die denken snoep te zijn. De smaak van duur parfum en lagen schmink lijmt de lippen op elkaar en laat een stoffige plastieken smaak na.
Er zijn verschillende manieren van binnenkomen. Enerzijds heb je de workaholics. Ze wrijven in hun handjes: ze mogen weer werken. Ik heb de indruk dat ze thuis niets mogen uitsteken van één of andere tirannieke medebewo(o)n(st)er. Anderzijds zijn er de zagers: de treinen zaten te vol, de grootmoeders waren te laat voor de kinderen, er was weer file, het regent, het is koud … . Een enkeling komt glimlachend binnen om zich achter zijn bureau te installeren in afwachting van de eerste koffie pauze. Ondertussen leest hij de krant en werkt hij aan zijn teksten.
’s Avonds is het anders. Iedereen is tevreden huiswaarts te keren. Hoewel je op de trein er nog ziet die het niet kunnen laten: de mondhoeken naar beneden, de wenkbrauwen gefronst en de laptop open (op werk, porno, spelletjes of eventueel werk). Ze zitten er belachelijk serieus bij.
zaterdag 13 oktober 2007
Hey
Wat doe je niet met mij
Of waarom doe je niets
Of wanneer met mij
Kom gewoon buiten
Zeg eens dag
Want
Wie niet gezien is, is weg
Laat de anderen dan feesten
Aan mijn grafdis
Bij de praaltafel voorbij de koepel
En als mijn lijk eindelijk verslonden is
Mag iedereen een laatste keer dansen
Met mijn uitgezaagde beenderen
Dan zal een geworpen handkus mijn lijkmisama verspreiden
En allen zullen naar huis kruipen
Waarom doe je niet mee
Ik bijt niet
Of lijkt het je niet aangenaam
Wat doe je niet met mij
Of waarom doe je niets
Of wanneer met mij
Kom gewoon buiten
Zeg eens dag
Want
Wie niet gezien is, is weg
Laat de anderen dan feesten
Aan mijn grafdis
Bij de praaltafel voorbij de koepel
En als mijn lijk eindelijk verslonden is
Mag iedereen een laatste keer dansen
Met mijn uitgezaagde beenderen
Dan zal een geworpen handkus mijn lijkmisama verspreiden
En allen zullen naar huis kruipen
Waarom doe je niet mee
Ik bijt niet
Of lijkt het je niet aangenaam
De bomen rond mijn graf
Staan in vlammen
Hun wortels wringen zich
Tot mijn vloeibaar lijk
Mijn sappen voeden
Hun magere vruchten
Is zelfmoord nu
De wie en de vorm van dadaïsme
Geworden
Grotesk kinderlijk lijk
Dat als bloedcollage
Schokkend bevolkd wordt
Door allerlei chirurgische dampen
Die wel gemeden komen
Omdat het nu eenmaal moet
Of zijn de collages van lijken
Enkel de laatste daad
Van de kunstenaar
Staan in vlammen
Hun wortels wringen zich
Tot mijn vloeibaar lijk
Mijn sappen voeden
Hun magere vruchten
Is zelfmoord nu
De wie en de vorm van dadaïsme
Geworden
Grotesk kinderlijk lijk
Dat als bloedcollage
Schokkend bevolkd wordt
Door allerlei chirurgische dampen
Die wel gemeden komen
Omdat het nu eenmaal moet
Of zijn de collages van lijken
Enkel de laatste daad
Van de kunstenaar
dinsdag 9 oktober 2007
Kristalnacht
Het is de nacht dat we
Buitenkomen
Dat we uitkomen
Als oud doch bloesems
Verdronken in massa en lawaai
Dronken van mens en muziek
Ziek van anderen en katers
We komen uit en vliegen als monikskappen
Tussen de lachenden
De dronkaards en de kotsenden
Zo zijn we zover
Dat we dichter lijken
Dat we ons vergeten
Onze moord
Onze dichtersmoord
Het is de nacht dat we
Buitenkomen
Dat we uitkomen
Als oud doch bloesems
Verdronken in massa en lawaai
Dronken van mens en muziek
Ziek van anderen en katers
We komen uit en vliegen als monikskappen
Tussen de lachenden
De dronkaards en de kotsenden
Zo zijn we zover
Dat we dichter lijken
Dat we ons vergeten
Onze moord
Onze dichtersmoord
maandag 1 oktober 2007
When I return home
late into the evening
I notice things and dreams
no one dreams
Two seats away
sat the zomby
late Truman Capote
with an unlit cigare
he twitched his head
a nervous two or three times
because - I think - it itched
the doctor didn’t stitched
it all too well
perhaps he was late
for breakfast at who ever’s
face to face
with this perversely rotting undead
sat the ghost of Dylan Thomas
mourning over his loss
of a rare and radiant bottle
the angels named Jhonny Walker
lost - I think - in some milky forest
late into the evening
I notice things and dreams
no one dreams
Two seats away
sat the zomby
late Truman Capote
with an unlit cigare
he twitched his head
a nervous two or three times
because - I think - it itched
the doctor didn’t stitched
it all too well
perhaps he was late
for breakfast at who ever’s
face to face
with this perversely rotting undead
sat the ghost of Dylan Thomas
mourning over his loss
of a rare and radiant bottle
the angels named Jhonny Walker
lost - I think - in some milky forest
Abonneren op:
Posts (Atom)
-
Terwijl je thuis zit bij een zoveelste kop koffie stel je de vraag : "Besta ik voor anderen?" Broers (3) komen niet langs (bilja...
-
Weet je Wanneer je ver genoeg Wandelt langs het strand Van de Styx Kom je uit Op mijn terras Vele onverlaten Zon...
-
De boom Waaronder ik studeerde Terwijl zij Nabij lag te blokken Is neergehaald Ik hoop dat De elfen Geboren uit mijn N...