Een nieuw gedicht
Een paar woorden op het blad
Geschreven met aandrang
Vlekken en letters
Samen op stap
Tussen bladzijden
Tijdig stoppen
Aan de rand van de pargraaf
Geraard van Heusden
De wereld is klein
Spannend klein
Tussen witte muren
Zwarte balken
Onderlijnen zwaarwichtloos
De eentonige uitbarstingen
De wereld is klein
Tussen vier gasten
Elk met een glas
Wie kent hier
Het verschil tussen
Een lachgrimas of een huilrictus
Wie weet waar vingers om grijpen
Wie verstaat de donderde klokken
Geraard van Heusden
Oyez, ma mère
Ce qui m’est arrivé
Au-delà des tours de Bruges et Gand
Une nuit d’automne
A travers tonnerre et tourant de pluie
J’entendais
Une flute dans les arbres
Deux fagots dans le roses
J’ai pris deux couvertures
Avant d’ouvrir la fenêtre
La musique pleurait dans le jardin
Lampe à la main,
Je descendais le grand escalier
Lisse et usé
Le vent jouait agressivement
De mes couvertures.
Un Lutin barbu, à haute voix
« suivez-moi,
suivez-moi
Soyez
le bienvenu »
D’un pas magique il me précédait
Que les jardins sont grands et horrifiants
Les nuit d’orage.
Je me sentis partir dans l’insomnie habituelle
Trois elves jouaient la cornemuse
elle flottante, elle là,
elle ici
toute ensemble et autre chose
et puis
elle était la
toujours jeune fille et belle
comme la première pomme
vêtue d’or et coiffée de rose
au matin
tout ce petit monde s’est évaporé
laissant rien
qu’un mémoire incrédule
Geraard van Heusden
Ik dacht haar
De tuin te tonen
Het zicht vanuit onze kamer
Nu vensters
niet stoffig zijn
Ik wou haar
Mijn huis tonen
Plaatsen vol vergeten geluk
Witte vlekken op de muren
Verdwenen gezichten
Sijpelend sluipt het licht
Langs een barst
Het stof onderstreept elke stap
Een paar treden
Mijn kamer
De tuin
Wild en dood
Een oude stoel
Tussen herfstbladeren
Dansen vormen en kleuren van vroeger
Ik kan enkel de deur sluiten
Geraard van Heusden
On n’a jamais
vécu
Notre innocence
Notre ignorance
Pourtant
Tant de choses à
découvrir
Tant d’amis à
faire
Tant de nuits à
passer
Il y avait
Au sommet, l’abbaye
abondonnée
On voyait le château
Ou habitait
Une grand-mère
avec deux servantes
Il y faisait bon
Au sud, la mer
Perlait sous un
soleil mourant
Personne savait s’il
renaîtrait
De main matin
Geraard van Heusden
Gisteren ging ik winkelen
In de droomschaduwen
Van Gent
Ik zag Jezus kaarten
In ’t kapelleken
Tussen de leden van het MLB
Karl Marx liep verloren
In de sectie politiek
Van de Fnac
Bocuse zat gekneld
In de vriezers van de GB
Ik zocht maar vond
Geen wolken voor mijn hoofdkussen
De gebroeders Wright hadden
Alles gekocht
Om niet te vallen
Speelgoed liep door de straten
Hans Christian verkocht
Klaasjes en Kerstventjes
In solden
Voltaire kocht
Zeven inktcartouches bij Moeder Gans
Terwijl Wolgang snoep stal
Ik zag dit en meer
Terwijl de wolken
Onvindbaar bleven.
Geraard van Heusden